De geschiedenis van het dorp Beuningen.


Chronologie van de oudste gegevens tot 1900.

    
XIIe eeuw.
In 1145 getuigt ene Hendrik van Boningen voor Keizer Koenraad.
De oude parochiekerk van Beuningen was al vroeg in deze eeuw bekend. In 1189 treedt als getuige in een transactie ene Sigestappus pastoor van Bonigge op.
In een keur uit 1186 wordt gewag gemaakt van een dicht eikenbos ten westen van Nijmegen.


XIIIe eeuw.
Bij het sluiten van een verdrag tussen Brabant en Gelderland wordt onder de edelen van Nijmegen ene Hendrik van Boningen genoemd.
Uit een koopakte blijkt een familie van Groinouwen zekere rechten te hebben in Boningen.


XIVe eeuw.
De kerk van 'het bekende dorp Boninghen in het Rijk van Nijmegen' gunt aan graaf Reijnald van Gelre het "regt van houthak en het ekelenregt (eikeloogst) in het bosch van Beuningen tegen eene jaarlijksche uitkeering van drie kleine ponden".
De aartsbisschop van Keulen doet in 1308 uitspraak in een geschil over de heerlijkheid van Beuningen en Ewijk. Dit geschil tussen de families van Groinouwen en Meurs eindigt pas in 1333 als Robert van Appeltern van de graaf van Gelre de goederen, tienden en kerkgifte te Beuningen en Ewijk in erfpacht krijgt.
In 1382 verpacht Hertog Willem van Gelre de gemalen in Beuningen en Weurt aan een leenman, ook Robert van Appeltern geheten.


XVe eeuw.
Otto van Boenyngen schenkt op 31 augustus 1414 geld aan de kaarsenfabriek en aan de pastoor in Beuningen.
De Beuningse parochiekerk van de heilige Cosmos en Damianus werd door paus Nicolaus V in 1453 bij het kapittel van St.Elisabeth te Grave ingelijfd. Dit duurde tot de stichting van een kapittel in de heerlijke Stephanus-kerk te Nijmegen in 1479. Bij testament van hertogin Catharina van Bourbon worden de kerken van Beuningen, Ewijk en Cuijk daaraan toegevoegd.


XVIe eeuw.
Het klooster Grafenthal bij Goch heeft grote bezittingen in Beuningen. In Beuningen zelf zo'n 63 morgen en in de Beuningse broek nog eens 22. In 1547 verpacht de abt een deel van het land in Beuningerbroek.
Een perkament uit 1555 vermeldt Joannes Darii als vice-pastoor, aangezien het Nijmeegse kapittel pastoor primarius was.
In Beuningen staat een oud adellijk slot, de Blankenburg. In 1561 wordt hier melding van gemaakt als het bisdom Roermond de oprichting van een slotkapel bevestigt.


XVIIe eeuw.
Beuningen is voor 90 % katholiek. Na de 80-jarige oorlog (1648) werden zij tot het jaar 1795 door de priesters op het huis Doddendael te Ewijk verzorgd.
De eerste protestantse predikant verschijnt in Beuningen in 1637. De kerk en alle eigendommen zijn dan aan de katholieken ontnomen.


XVIIIe eeuw.
Slot Blankenburg is geheel vervallen geraakt en wordt in 1741 door de rentmeester weer bewoonbaar gemaakt. Op een toren na werd het geheel gesloopt en er werd een fraaie behuizing voor in de plaats gebouwd. In 1774 verkoopt de familie Wassenaar dit bezit aan de familie Vermeulen.
In 1795 herkrijgt Beuningen weer een eigen pastoor. Drie jaar later wordt de oude parochiekerk van de hervormde gemeente teruggekocht. Paus-martelaar H.Cornelius wordt tot kerkpatroon gekozen.


XIXe eeuw.
Op 1 januari 1818 worden de zelfstandige gemeenten (mairies) Weurt en Beuningen samengevoegd. Nijmegenaar Abraham van Suchtelen is van 1818 tot 1842 de eerste schout en later de eerste burgemeester. In 1840 telt de gemeente 197 huizen en ruim 1200 inwoners. Belangrijkste bronnen van inkomsten zijn de land- en tuinbouw (tabak en fruit) en de twee langs de Waal gelegen steenfabrieken. 
In 1851 opent R. Courbois het eerste notariaat en in 1890 kende Beuningen in dokter Felix Capelle een eigen huisarts.
De enige tussen Nijmegen en Druten.


Herkomst van de naam Beuningen.
Vanaf de 9e eeuw werden de nederzettingen in de huidige gemeente Beuningen al schriftelijk vermeld. De naam Beuningen komt voor het eerst in de geschriften voor vanaf de 12e eeuw. De herkomst van de naam, afwisselend gespeld als Boningen, Bonigge, Bunnegen en Boeningen is niet eenduidig. Volgens sommigen is de naam afgeleid van een van de voortbrengselen van de Beuningse gronden: bonen.
Een andere theorie zoekt de betekenis in het 'Oud-Vriesch' waar een landbouwer buno en een weide bune genoemd wordt.
Minstens zo geloofwaardig is de gedachte dat de naam is afgeleid van de Saksische voornaam Bono of Buno en het achtervoegsel 'gen' = heim, dus: woonplaats van Benno. (Zoals het huidige Bunnik in Utrecht dat in de 10e eeuw nog Bunnichen heette.)


XXe eeuw
Rond 1900 verschilde Beuningen weinig van de overige dorpen langs de Waal: de kerk; een half dozijn herbergen verspreid over het dorp; een zelfde aantal 'stille' kroegen langs de dijk; een school met een paar meesters; een handjevol boerderijen; wat tabakscultuur; een paar steenfabrieken (veldovens); een timmerman en een smid; wat bakkers, tevens kruidenier; een schoenmaker en een drietal klompenmakers.
De armoede was groot. Er was ook weelde, maar die werd slechts door weinigen gedragen. Maar was echter wel goed voor de hoogste belastingopbrengst per gemeente in de hele streek. De aanwezigheid van een aantal zeer welgestelde families, overwegend grote boeren, was de oorzaak van het aanzien dat Beuningen in de omtrek genoot. Met name op de regionale veemarkten zag men de Beuningse boeren graag komen.
Eind 19e eeuw vestigden de zusters van Liefde uit Tilburg zich in Beuningen. Ook hun monumentale klooster was een punt van aanzien. De zusters bedienden de meisjesschool, de bewaarschool, de naaischool, het 'gasthuis' voor de ouden-van-dagen, de wijkverpleging en deden talloze andere goede werken. In 1970 vertrok de orde weer uit Beuningen. Het klooster is nu onder andere in gebruik door diverse beeldend kunstenaars.
Maas en Waal kent een trieste geschiedenis van overstromingen en dijkdoorbraken. Tussen 1784 en 1861 werd het dorp Beuningen er vijf keer door geteisterd. Een rijmzinnetje in hardsteen gebeiteld in het huis 'De Tempel' luidt: "In 1860 en een, Stond het Water aan deze Steen". Ook in 1926 werd Maas en Waal getroffen door een zware watersnood. In hartje winter had men wekenlang een meter dik bevroren water in huis staan.
Met de aanleg van de van Heemstraweg (Nijmegen-Zaltbommel) van 1927 tot 1959, de aanleg van de nieuwe Waalhaven, deels op Weurts grondgebied en de aanleg van het Maas-Waal-Kanaal (1928), braken nieuwe tijden aan; het toenemend belang van de ontwikkelingen in Nijmegen voor Beuningen.


Dit is een kopie verleend door Wil Repkes.