Verhalen en Gedichten.

 

Het is de bedoeling dat hier verhalen over vroeger komen te staan, en gedichten.

Heeft u een verhaal of gedicht wij horen dat dan graag van u.

Het moet natuurlijk wel over het dorpse gaan.

 

Geplaatst 12-04-2016.
Verhaal van Geer vrolijks.

 

Beuningen voor 1940.

 

In de crisisjaren 1932-1939 en ook daarvoor, was een bed waarop men ging slapen, en dit zeker
in arbeidersgezinnen, niet zo goed en comfortabel als dit nu is.
Op de bodem van het ledikant lag een zak met stro, en het bed was gevuld met kaf van gedorst koren.
Voor moeders in een gezin met kinderen, plaszeiltjes kende men nog niet,
bracht dat veel werk met zich mee.
Als de kinderen 's morgens uit hun bedje kwamen, moest moeder het te drogen leggen.
Minstens tweemaal per jaar werden deze bedden verschoond, en om die vulling te bemachtigen,
waren de arbeiders afhankelijk van de boeren.
Als men een dorsmachine bij een boer het erf op zag rijden, waren zij er als de kippen bij,
om te vragen of ze stro en kaf konden krijgen.
Bij ons in de buurt woonde op 100 meter afstand een protestants-christelijke boer.
Als mijn vader ergens om verlegen zat, klopte hij nooit tevergeefs aan.
Altijd zouden ze hem helpen.
Maar op een dag loopt het anders dan gewend. Vermoedelijk was de boer met het verkeerde been
 uit bed gestapt, of had hij ruzie met zijn vrouw gehad.
Toen mijn vader, die katholiek was, hem wat stro vroeg, was het antwoord: ga jij maar naar de pastoor.
Mijn vader was hier vreselijk boos over, en vertelt wat er gebeurd is tegen mijn moeder,
maar zegt er gelijk bij: mijn tijd komt nog wel.
In het jaar 1933 had de boer al een auto, maar deze moest nogal eens aangeduwd worden,
als de accu leeg was. Toen mijn vader zag dat ze hiermee bezig waren, liep hij er heen,
maar niet om direct te helpen.
Hij gaat echter op straat staan lachen, en als de boer dat door heeft, roept hij: kom maar een handje helpen,
in plaats dat je daar staat te genieten.
Hierop zegt mijn vader: roep de dominee maar.
Nu hij dit heeft kunnen zeggen, gaat hij maar mee helpen.
En toen de auto aan de praat was gebracht, kreeg hij niet eens de kans naar stro te vragen.
De boer zegt gelijk, als je stro moet hebben, daar in de schuur ligt geschoond stro.
Pak maar wat je nodig hebt.

                                                                                               Koekie.

 

Geplaatst 15-03-2016.
Gedicht van Jo van Thiel. (bakker)

 

Op de wijze; Halli Hallo.

Als de oorlog is voorbij,
komt het stemmen aan de zij.
Twee keer stemmen is gedaan,
en nu komt de raad er voor te staan.

Maar alles komt weer in de bus,
’t bouwplan gevoerd door een kale mus.
Steeds moest hij iets verzinnen,
want hij dacht, ik ben nog niet binnen.

Een wonder moest er toen gebeuren,
want de mus begon te treuren.
Als het mij maar eens zou lukken,
dat ik iets vond om van te plukken.

Hij deed toen heel laf,
en ging toen op een bakker af.
Want een bakker blij van zin,
die gaat toch de raad niet in.

Deze reed van klant tot klant,
en werd misleid door een valsche hand.
Maar die bakker is geen idioot,
en geen stemmenvanger voor pin de jood.

Maar met dat gekibbel en gepraat,
daar ben ik niet mee gebaat.
Want pin de jood is een man,
die kijkt je voor één pond boter niet meer an.

Maar als het vonnis wordt geveld,
hoop ik dat ik maar niet wordt meegeteld.
Dus menschen neem goede besluiten,
en laat er mij s.v.p. maar buiten.

 

 

3. Jo van Thiel op weg naar zijn klanten, hij had een bakkerij in de Bunningse steeg. (Wilhelminalaan)
Dit gedicht maakte hij voor een iemand van de plaatselijke politiek.
Het kwam er op neer dat Jo bij zijn klanten stemmen moest winnen, maar daar trapte hij niet in.
En hij maakte dat op deze manier duidelijk, aan de inwoners van Beuningen.

 

Geplaatst 22-12-2015.
Gedicht van Geer vrolijks.

 

Kerst en Nieuwjaar.

 

Het oude jaar loopt ten einde, het nieuwe komt eraan,
men zet vaak alles op een rijtje en denkt hoe is het mij vergaan.
Niet iedereen zal zich gelukkig voelen, velen dragen weer een juk,
die werden door pech achtervolgt, zij kenden geen voorspoed en geluk.

 

Maar eerst gaan we Kerstmis vieren, de geboorte van het Christen kind,
hij die al op zeer jonge leeftijd door heel veel mensen werd bemind.
Later trekt hij ten strijden, tegen al dat onrecht velen aangedaan,
en vertelde over zijn hemelse vader die mensen in nood bij zou staan.

 

Niet allen geloofde in zijn woorden, dat waren zij met heel veel macht,
en omdat men bang was deze te verliezen, werd hij toen maar omgebracht.
Maar wat is er uit voort gekomen, een ieder beleefd op zijn manier geloof,
Als men rond kijkt in de wereld zit er tussen hemel en aarde een diepe kloof.

 

Kerstmis noemt men dagen voor verzoening, maar dat zijn er steeds maar twee,
wanneer men alle dagen hiervoor gebruikte, was er altijd rust en vree.
Als de zon altijd zou schijnen voor alle mensen die op aarde zijn,
dan was er steeds licht en warmte en veel minder verdriet of pijn.

 

Maar de kerstdagen zijn snel vergeten, zo ook het licht in de nacht,
Als het oude jaar voorbij is, denken velen nog aan geld en macht.
De toekomst zal dit niet veranderen, de komende jaren treft het zelfde lot,
wanneer iemand zich kan verrijken vergeet men al snel de ware God.

 

                                                                           Koekie.

 

Geplaatst 24-11-2015.
Gedicht van Geer vrolijks.

 

November slachtmaand.

 

Vroeger lag er bij ons thuis een varken op de deel,
wat in de zomer een allergaartje kreeg, dat was beslist niet veel.
Maar half de septembermaand dan kreeg het wat apart,
zoals maís en wat roggemeel, zo werd het spek mooi hard.

 

Tegen de Novembermaand, de slachter werd besteld,
die had datum en uur al in zijn boek vermeld.
Daar kwam een man in blauwe kiel, een mand voorop zijn fiets,
het varken lag nog in zijn hok en wist dan ook van niets.

 

Mijn moeder had het water heet, dus morgens goed gestookt,
de slachter nam het deksel op of het water nu echt ook kookt.
Mijn vader ging mee naar het hok, waar het varken lag te knorren,
maar moest nu wel het hok uit, dat ging gepaard met porren.

 

De slachter nam een scherp mes en sneed zo door haar keel,
dit deed hij met groot gemak en dagelijks ook wel veel.
Mijn moeder had de pan al klaar voor het opvangen van het bloed,
daar maakte zij dan bloedworst van dat kon ze echt wel goed.

 

Het hete water werd gehaald dat goot men op het haar,
en na een kwartiertje schrabben was de buitenkant al klaar.
het varken ging dan op de leer, die werd rechtop gezet,
en als de buik dan open ging dan was er vlees en vet.

 

Mijn moeder nam er wat vlees van af en ging dit gelijk ook bakken,
voor ons kinderen was er dan feest, nu konden we maar pakken.
De reuzel zat er nog in dat was voor ons geen pret,
die werd de volgende dag op het vuur te pruttelen gezet.

 

Daar kwam dan het smout en kaantjes van, dat kregen wij op brood,
moeder zij, daar word je sterk van en kinderen heel snel groot.
Er kwam worst, ham, karbonaad en nog veel ander lekkernij,
wij konden er weer even tegen, dit zeker tot mei.

 

Het varkenshok dat was nog leeg, er kwamen knoppen aan de bomen,
vader zegt, het wordt weer tijd er zal een ander moeten komen.
Op de markt werd een big gekocht, dat beest kwam middags aan,
maar beter zou die het niet krijgen en zeker dezelfde weg opgaan.

 

                                                                              Koekie.

Geer sloot zijn gedicht steevast af met Koekie, doelend op zijn bijnaam.
Zijn opa was Bart Vrolijks, bijnaam Bart de Koek zijn bijnaam was dan ook Geer de Koek.

   

Geplaatst 27-10-2015.
Archief Oud Beuningen.

 

 

2. Antoon Engelen.

 

Wie kent hem niet die kleine man op leeftijd, met zijn alpino pet en donkere bril,
die zaterdag en zondag's op zijn fiets naar de Hutgraaf komt, een plaatsje langs de lijn zoekt
en met slimme flitsende oogjes onmiddellijk de man in het zwarte pak volgt.
Niets ontgaat hem, alles wordt in zijn geheugen gegrift. Carrières werden en worden o.a. via hem gestart of gestopt.
Hij is scheidsrechter rapporteur van de K.N.V.B.
Zijn naam zal voor de autochtone Beuningenaren geen geheim zijn,
maar hij verdiend het dat alle sportieve Beuningenaren hem kennen.
Hij heet officieel Antoon Engelen, maar in de volksmond werd hij de Dikke Toon genoemd.
Toon begon zijn sportcarriére in 1927 op een stuk weiland van kosterman aan de Koningstraat, waar hij
met een aantal kornuiten tegen een bal begonnen te trappen.
Namen als Jan de Dobbel, Gradje Geurts, Nol van Thiel en Pink van Dorus de kwets zijn in dit verband illustere namen.
Met jongens van de steenoven en het Hogewald werd dat terrein geschikt gemaakt voor wedstrijden,
en men besloot zelfs in navolging van de naburige dorpen een heuse voetbalvereniging op te richten.
Er werd een voorlopig bestuur  gevormd en D.S.O. ( door samenspel overwinnen ) was geboren.
Aangezien er in die tijd in Beuningen nogal afwisselend werd gereageerd op de voetbalsport hadden kwaadwillende
er nog een bijnaam voor gevonden: Door Schooiers opgericht.
Dikke Toon zat met Dul van Thiel, Jan van Daat, Cub Engelen en Kees van Aarjen in het bestuur.
Zelf was Toon er van overtuigd dat hij alleen in het bestuur zat omdat hij wat van voetbal afwist.
Dit kwam omdat hij vaak naar de wedstrijden van N.E.C. ging kijken en daar leerde wat voetbal eigenlijk inhield.
Op het terrein van Wim van Aarjen, dat voor 180 gulden per jaar werd gehuurd, werden de wedstrijden,
onder de naam van de Rooms Katholieke Voetbalbond, tegen D.E.C. ( Ewijk ) en Victoria ( Afferden ) gespeeld.
Voor Toon zelf duurd het voetbal niet lang.
Een actie van zijn neef Wim Föllings ( zonder opzet ) betekende een ernstige blessure,
waarna de dokter hem adviseerde om maar met voetbal te stoppen.
Maar zijn hartstocht voor de voetbalsport deden hem besluiten in deze sport bezig te blijven.
Toon besloot te gaan fluiten en onder leiding van de in Nijmegen bekende Roel Stunnenberg
bekwaamde hij zich in de arbitrage.
Zijn eerste wedstrijd was Ewijk 3 - Victoria 3 in het seizoen 1927 - 1928.
Men had Toon gewaarschuwd dat het een lastige wedstrijd kon worden, maar hij bracht de partij tot een goed einde.
Na 4 jaar legde hij zijn bestuursfunctie bij D.S.O.neer en ruilde deze in hij voor het secretariaat
van de scheidsrechters vereniging.
Toon werd een graag geziene gast in het voetbalminnend Maas en Waal, waar hij de wedstrijden
met de fiets bezocht met zijn klerenmandje voor op het stuur.
Ook de Maasbuurt, Nijmegen en de Betuwe leerden zijn kwaliteiten kennen.
In het begin moest hij zelf de vergoeding van de aanvoerders van de elftallen in ontvangst nemen.
Deze bedroeg maximaal 3.50 gulden, en daarvoor fietste hij naar Heteren, Kesteren of Dreumel visa versa.
In 1952 kreeg hij van de grote voetbalbons G.P.Weyers de zilveren speld van de K.N.V.B. voor het
25 jarig jubileum als scheidsrechter. Dit was voor Toon geenszind het eindpunt.
Tot 1969 bleef hij actief fluiten, totdat het lichaam begon te protesteren.
Maar liefs 42 jaar was hij scheidsrechter met meer dan 2500 wedstrijden.
Daarna wist de K.N.V.B. hem te strikken voor de functie van scheidsrechter rapporteur.
Op zijn 40-jarig huwelijksfeest werd hij wederom onderscheiden, nu met de gouden K.N.V.B. speld. ( 50 jaar lid )
Toon is nog lang actief geweest, 3 scheidsrechters per week beoordelen was geen zeldzaamheid.
Even dreigde door een misverstand tussen hem en de K.N.V.B. zijn loopbaan abrupt afgebroken te worden,
maar gelukkig werd de zaak soepel opgelost.
Op een vraag of het niet moeielijk is om je ex-collega's te beoordelen, twijfelt Toon even en zegt dan resoluut
dat hij ook vaak is beoordeeld en dat heeft mij altijd goed gedaan omdat je ervan leert.

 

 

1. Antoon Engelen. ( Dikke Toon )